Naar de inhoud
Handige tools. Eenvoudig in gebruik.Gratis

Grepentabel altblokfluit: alle basisgrepen

Alles dicht is op de alt een F4: dezelfde greep als de C van de sopraan krijgt hier een andere naam. Zie per noot welke gaatjes dicht moeten.

microfoon uit
Genoteerde noot
♪
—
 

DichtOpenDeels open

0 = duim; 1–3 = linkerhand; 4–7 = rechterhand. Voor hoge noten zet je gat 0 ongeveer een kwart open (knijpen). Deels open bij 6 of 7: één gaatje van het dubbele gat is dicht.

Tik op een toets of op de notenbalk. Op een computertoetsenbord wissel je van noot met ← en →.

Yamaha — Musical Instrument Guide · Bijgewerkt 2026-10-13

Zo werkt het
Varianten 7
Hulp en uitleg
In het kort

Grepentabel altblokfluit: alle basisgrepen

Op de altblokfluit is F4 de laagste noot: het duimgat en alle zeven gaatjes aan de voorkant zijn dicht. Deze grepentabel loopt van F4 tot en met F6, met barokke grepen.

Grepentabel altblokfluit

De laagste noot van de altblokfluit in F is F4: het duimgat en alle zeven gaatjes aan de voorkant zijn dicht.

Genoteerde nootGreep
F4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
F♯4/G♭4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6; Deels open: 7
G4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6
G♯4/A♭4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 6
A4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5
A♯4/B♭4Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 6, 7
B4Dicht: 0, 1, 2, 3, 5, 6
C5Dicht: 0, 1, 2, 3
C♯5/D♭5Dicht: 0, 1, 2, 4, 5; Deels open: 6
D5Dicht: 0, 1, 2
D♯5/E♭5Dicht: 0, 1, 3, 4
E5Dicht: 0, 1
F5Dicht: 0, 2
F♯5/G♭5Dicht: 1, 2
G5Dicht: 2
G♯5/A♭5Dicht: 2, 3, 4, 5, 6
A5Dicht: 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 0
A♯5/B♭5Dicht: 1, 2, 3, 4, 6; Deels open: 0
B5Dicht: 1, 2, 3, 5; Deels open: 0
C6Dicht: 1, 2, 3; Deels open: 0
C♯6/D♭6Dicht: 1, 2, 4; Deels open: 0
D6Dicht: 1, 2; Deels open: 0
D♯6/E♭6Dicht: 1, 2, 4, 5, 6; Deels open: 0
E6Dicht: 1, 2, 4, 5; Deels open: 0
F6Dicht: 1, 4, 5; Deels open: 0

Yamaha — Musical Instrument Guide

Zo werkt het

  1. Controleer bovenaan het instrument en de boring: de pagina opent met de altblokfluit, boring barok.
  2. Kies een noot op de notenbalk, in de lijst of op het klavier. Een gevuld rondje is een gaatje dat dicht moet, een half gevuld rondje staat deels open.
  3. Tik op Noot beluisteren om de toon te horen; de microfoon gaat eerst uit, zodat er geen rondzingen ontstaat.
  4. Zet de microfoon aan, geef toestemming en speel één lange noot zonder begeleiding, tot de aanwijzing stil blijft staan.
  5. Zet de Referentie-A op de stemming van je les of ensemble en bewaar de tabel met Afdrukken / PDF.
Hulp en uitleg

Je vingers maken dezelfde bewegingen als op de sopraan, maar elke greep heeft een andere naam: wat op de sopraan C4 is, is op de alt F4. Wie op de muziekschool, de academie of in een ensemble overstapt naar de alt, moet de nootnamen dus opnieuw aan de grepen koppelen. De alt wordt hier op klinkende hoogte genoteerd: je leest de noot zoals hij klinkt.

Dezelfde vingers, andere namen

Met de duim en de gaatjes 1, 2 en 3 dicht speel je op de alt C5; op de sopraan geeft dezelfde greep G4. Met 0, 1 en 2 krijg je D5, met 0 en 1 E5. Leer deze ankerpunten vanuit de genoteerde noot in plaats van een hele partij in je hoofd te transponeren.

De vorkgreep zit op de alt bij de Bes (B♭4): 0, 1, 2, 3, 4, 6 en 7 dicht, gat 5 open. Hij speelt dezelfde rol als de F op de barokke sopraan en komt in elk stuk in F majeur terug. De B (B4) neem je met 0, 1, 2, 3, 5 en 6.

Lage en hoge noten op de alt

De onderste gaatjes liggen verder uit elkaar dan op de sopraan. Zet je rechterhand ontspannen neer zonder je pols te knikken en dek af met de kussentjes van je vingers. Blaas zacht voor de lage F4: te veel lucht laat hem naar het octaaf overslaan. Met de dubbele gaatjes 6 en 7 maak je F♯4 en G♯4, telkens met één gaatje deels open.

Vanaf A5 knijp je de duim: gat 0 op een kier. De tabel eindigt bij F6, met 1, 4 en 5 dicht en de geknepen duim; trillergrepen en het allerhoogste register staan er niet in.

Tips

  • Begin met C5, D5 en E5 met alleen de linkerhand en ga dan omlaag naar F4.
  • Zoek voor een stuk in F majeur eerst de Bes en zijn vorkgreep op.
  • Zet alt op je afdruk, zodat je hem niet verwisselt met de sopraantabel.
  • Piept een lage noot, controleer dan eerst de gaatjes 6 en 7.

Veelgestelde vragen

Wat is de laagste noot van de altblokfluit?

F4, met het duimgat en alle zeven gaatjes aan de voorkant dicht. Daarom heet de alt een blokfluit in F.

Is de altblokfluit een transponerend instrument?

Nee, de partij staat op klinkende hoogte. De naam in F verwijst alleen naar de laagste noot.

Hoe neem je de Bes op de altblokfluit?

Dek 0, 1, 2, 3, 4, 6 en 7 af en laat gat 5 open: dat is de vorkgreep voor B♭4.

Kan ik de grepentabel van de sopraan gebruiken voor de alt?

De bewegingen lijken op elkaar, maar de nootnamen verschillen: de C van de sopraan is op de alt een F. Voor de sopraan gebruik je de grepentabel voor de barokke blokfluit.

Hoe neem je de C op de altblokfluit?

C5 speel je met het duimgat en de gaatjes 1, 2 en 3 dicht, dezelfde greep als de G4 op de sopraan.