Grepentabel sopraanblokfluit, Duitse boring
Op een sopraanblokfluit met Duitse boring neem je de genoteerde F4 met het duimgat en de gaatjes 1, 2, 3 en 4 dicht; 5, 6 en 7 blijven open.
Grepentabel Duitse sopraan
Op de Duitse sopraanblokfluit neem je de genoteerde F4 met 0, 1, 2, 3 en 4 dicht; 5, 6 en 7 blijven open.
| Genoteerde noot | Greep |
|---|---|
| C4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 |
| C♯4/D♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6; Deels open: 7 |
| D4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6 |
| D♯4/E♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 6 |
| E4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5 |
| F4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4 |
| F♯4/G♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 5, 6, 7 |
| G4 | Dicht: 0, 1, 2, 3 |
| G♯4/A♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 4, 5; Deels open: 6 |
| A4 | Dicht: 0, 1, 2 |
| A♯4/B♭4 | Dicht: 0, 1, 3, 4 |
| B4 | Dicht: 0, 1 |
| C5 | Dicht: 0, 2 |
| C♯5/D♭5 | Dicht: 1, 2 |
| D5 | Dicht: 2 |
| D♯5/E♭5 | Dicht: 2, 3, 4, 5, 6 |
| E5 | Dicht: 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 0 |
| F5 | Dicht: 1, 2, 3, 4; Deels open: 0 |
| F♯5/G♭5 | Dicht: 1, 2, 3, 5, 7; Deels open: 0 |
| G5 | Dicht: 1, 2, 3; Deels open: 0 |
| G♯5/A♭5 | Dicht: 1, 2, 3, 5, 6, 7; Deels open: 0 |
| A5 | Dicht: 1, 2; Deels open: 0 |
| A♯5/B♭5 | Dicht: 1, 2, 4, 5, 6; Deels open: 0 |
| B5 | Dicht: 1, 2, 4, 5; Deels open: 0 |
| C6 | Dicht: 1, 4, 5; Deels open: 0 |
| C♯6/D♭6 | Dicht: 1, 3, 4, 6, 7; Deels open: 0 |
| D6 | Dicht: 1, 3, 4, 6; Deels open: 0 |
Zo werkt het
- Controleer bovenaan het instrument en de boring: de pagina opent met de sopraanblokfluit, boring Duits.
- Kies een noot op de notenbalk, in de lijst of op het klavier. Een gevuld rondje is een gaatje dat dicht moet, een half gevuld rondje staat deels open.
- Tik op Noot beluisteren om de toon te horen; de microfoon gaat eerst uit, zodat er geen rondzingen ontstaat.
- Zet de microfoon aan, geef toestemming en speel één lange noot zonder begeleiding, tot de aanwijzing stil blijft staan.
- Zet de Referentie-A op de stemming van je les of ensemble en bewaar de tabel met Afdrukken / PDF.
Hulp en uitleg
Die eenvoudige F, waarbij je gewoon de volgende vinger erbij zet, maakt de eerste liedjes makkelijker. Bij kruizen en enkele hoge noten moet je wel opletten, want daar wijken de grepen af van die van de barokke blokfluit. Deze grepentabel opent met de Duitse sopraan in C en toont één basisgreep per noot, van C4 tot en met D6 genoteerd. Gat 0 is het duimgat, 1 tot en met 7 zijn de gaatjes aan de voorkant, van boven naar beneden.
Van E naar F, en dan de Fis
Begin bij E4: duimgat en 1 tot en met 5 dicht. Til alleen de vinger van gat 5 op en je hebt de Duitse F4. Houd daarbij de linkerhand en de duim goed dicht, zodat de fluit niet beweegt.
De prijs komt bij de Fis: op de Duitse fluit neem je F♯4 met 0, 1, 2, 3, 5, 6 en 7 dicht, alleen gat 4 open. Op de barokke fluit blijft daarbij ook gat 7 open. In de hoogte wordt het verschil groter: G♯5 vraagt hier de geknepen duim met 1, 2, 3, 5, 6 en 7, terwijl de barokke fluit genoeg heeft aan 1, 2 en 4. Zulke grepen klinken op een Duitse fluit vaak minder zuiver; controleer ze met de microfoon.
Barok of Duits herkennen
Kijk op de verpakking, in de handleiding of in de grepentabel van de fabrikant; sommige merken zetten een letter op de fluit, maar dat verschilt per merk. Ga niet af op kleur of materiaal. Speel je de Duitse F-greep op een barokke fluit, dan klinkt de noot duidelijk te hoog.
Een sopraanblokfluit klinkt een octaaf hoger dan genoteerd: de genoteerde F4 hoor je als F5. Vanaf E5 staat het duimgat op een kier (knijpen); in het schema zie je dat als deels open. Ook F5 is op de Duitse fluit een rechte rij: geknepen duim met 1, 2, 3 en 4.
Tips
- Oefen E–F door alleen de vinger van gat 5 op te tillen.
- Leer de Fis uit het schema en kopieer niet de barokke greep.
- Zet Duits op je afdruk en gebruik geen barokke grepentabel voor je kruizen.
- Houd je vrije vingers vlak boven de gaatjes, ook bij de makkelijke F.
Veelgestelde vragen
Hoe neem je de F op een Duitse blokfluit?
Dek het duimgat en de gaatjes 1 tot en met 4 af. De gaatjes 5, 6 en 7 blijven open.
Wat is het verschil tussen een barokke en een Duitse blokfluit?
De boring en de grepen. De lage F is Duits een rechte rij (0 tot en met 4), barok een vorkgreep. Ook de Fis en de hoge F, Fis, Gis en Cis hebben een andere greep; de barokke grepen vind je in de grepentabel voor de barokke blokfluit.
Is een Duitse blokfluit makkelijker?
Voor de F wel. Bij de Fis en enkele hoge noten heb je juist meer vingers nodig, en die tonen klinken vaak minder zuiver.
Kan ik met een Duitse blokfluit samenspelen met barokke fluiten?
Ja, beide sopranen staan in C. Gebruik wel steeds de grepen van je eigen fluit en controleer de lastige noten met de microfoon.
Hoe print ik de Duitse grepentabel?
Laat sopraan en Duits geselecteerd, tik op Afdrukken / PDF en kies in het printvenster van je browser Opslaan als PDF.