Grepentabel sopraanblokfluit, barokke boring
Op een sopraanblokfluit met barokke boring neem je de genoteerde F4 met een vorkgreep: 0, 1, 2, 3, 4, 6 en 7 dicht, gat 5 open.
Grepentabel barokke sopraan
Op de barokke sopraanblokfluit neem je de genoteerde F4 met 0, 1, 2, 3, 4, 6 en 7 dicht; gat 5 blijft open.
| Genoteerde noot | Greep |
|---|---|
| C4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 |
| C♯4/D♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6; Deels open: 7 |
| D4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6 |
| D♯4/E♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 6 |
| E4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 5 |
| F4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 4, 6, 7 |
| F♯4/G♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 3, 5, 6 |
| G4 | Dicht: 0, 1, 2, 3 |
| G♯4/A♭4 | Dicht: 0, 1, 2, 4, 5; Deels open: 6 |
| A4 | Dicht: 0, 1, 2 |
| A♯4/B♭4 | Dicht: 0, 1, 3, 4 |
| B4 | Dicht: 0, 1 |
| C5 | Dicht: 0, 2 |
| C♯5/D♭5 | Dicht: 1, 2 |
| D5 | Dicht: 2 |
| D♯5/E♭5 | Dicht: 2, 3, 4, 5, 6 |
| E5 | Dicht: 1, 2, 3, 4, 5; Deels open: 0 |
| F5 | Dicht: 1, 2, 3, 4, 6; Deels open: 0 |
| F♯5/G♭5 | Dicht: 1, 2, 3, 5; Deels open: 0 |
| G5 | Dicht: 1, 2, 3; Deels open: 0 |
| G♯5/A♭5 | Dicht: 1, 2, 4; Deels open: 0 |
| A5 | Dicht: 1, 2; Deels open: 0 |
| A♯5/B♭5 | Dicht: 1, 2, 4, 5, 6; Deels open: 0 |
| B5 | Dicht: 1, 2, 4, 5; Deels open: 0 |
| C6 | Dicht: 1, 4, 5; Deels open: 0 |
| C♯6/D♭6 | Dicht: 1, 3, 4, 5, 7; Deels open: 0 |
| D6 | Dicht: 1, 3, 4, 6; Deels open: 0 |
Zo werkt het
- Controleer bovenaan het instrument en de boring: de pagina opent met de sopraanblokfluit, boring barok.
- Kies een noot op de notenbalk, in de lijst of op het klavier. Een gevuld rondje is een gaatje dat dicht moet, een half gevuld rondje staat deels open.
- Tik op Noot beluisteren om de toon te horen; de microfoon gaat eerst uit, zodat er geen rondzingen ontstaat.
- Zet de microfoon aan, geef toestemming en speel één lange noot zonder begeleiding, tot de aanwijzing stil blijft staan.
- Zet de Referentie-A op de stemming van je les of ensemble en bewaar de tabel met Afdrukken / PDF.
Hulp en uitleg
Juist die F zorgt in de eerste lessen voor verwarring, want hij volgt niet de volgorde van de vingers. Deze grepentabel opent met de barokke sopraan in C en toont één basisgreep per noot, van C4 tot en met D6 genoteerd, inclusief kruizen en mollen. Gat 0 is het duimgat aan de achterkant, 1 tot en met 7 zijn de gaatjes aan de voorkant, van boven naar beneden. Neem je de F op jouw fluit met alleen 0 tot en met 4, dan heb je waarschijnlijk een Duitse boring: kies dan de grepentabel voor de Duitse blokfluit.
Zo pak je de vorkgreep voor F
Begin bij E4: duimgat en de gaatjes 1 tot en met 5 dicht. Voor de barokke F til je de vinger van gat 5 op en zet je tegelijk je vingers op 6 en 7. Er bewegen drie vingers van je rechterhand tegelijk; oefen die wissel eerst zonder te blazen, tot het één beweging wordt.
Ook de Fis (F♯4) heeft een open gat in het midden: 0, 1, 2, 3, 5 en 6 dicht, 4 en 7 open. De Bes (B♭4) neem je met 0, 1, 3 en 4 dicht, zodat gat 2 openstaat. Bij deze drie noten is één vinger die net naast het gaatje ligt genoeg voor een valse toon.
Knijpen en het octaaf van de sopraan
Vanaf E5 zet je de duim op een kier: buig hem zodat een klein stukje van gat 0 openkomt. In het schema heet dat deels open. Haal je de duim helemaal weg, dan slaat de noot vaak niet aan. Vlak daarvoor zit de uitzondering D5: alleen gat 2 dicht, de duim helemaal los.
Een sopraanblokfluit klinkt een octaaf hoger dan genoteerd: staat er F4 in de tabel, dan hoor je F5. De microfoon houdt daar rekening mee en de afdruk houdt de genoteerde namen aan. Toont het scherm een andere noot terwijl je greep goed lijkt, zoek dan een lekkend gaatje of blaas zachter.
Tips
- Wissel E en F heel langzaam: alleen je rechterhand werkt, de linkerhand blijft liggen.
- Klinkt je F te hoog, kijk dan eerst naar gat 5: dat moet open, en 6 en 7 moeten goed dicht.
- Dek de gaatjes af met de zachte kussentjes van je vingers, niet met de puntjes: een klein kiertje laat de lage noten piepen.
- Oefen E–F met de metronoom op een laag tempo voordat je het hele liedje speelt.
Veelgestelde vragen
Hoe neem je de F op een barokke blokfluit?
Dek 0, 1, 2, 3, 4, 6 en 7 af en laat gat 5 open. Dat is de vorkgreep voor de genoteerde F4 van de barokke sopraan.
Wat is een vorkgreep?
Een greep waarbij een gaatje openblijft tussen dichte gaatjes. Bij de barokke F staat gat 5 open, met 4 aan de ene kant en 6 en 7 aan de andere kant dicht.
Hoe weet ik of mijn blokfluit barok of Duits is?
Kijk op de verpakking, in de handleiding of in de grepentabel van het merk; sommige merken zetten een B of G op de fluit. Twijfel je, speel F4 met alleen 0 tot en met 4 dicht: op een barokke fluit klinkt die duidelijk te hoog.
Werkt deze grepentabel ook voor de altblokfluit?
Nee, de alt staat in F en elke greep heeft daar een andere nootnaam. Gebruik de grepentabel voor de altblokfluit.
Kan ik de barokke grepentabel printen?
Ja. Laat sopraan en barok geselecteerd, tik op Afdrukken / PDF en kies in het printvenster van je browser Opslaan als PDF.